Amsterdam vindt dat wie een huis koopt in Amsterdam, dat die er ook moet gaan wonen.

Met een ‘zelfwoonplicht’ hoopt het stads­bestuur te voorkomen dat vastgoedbeleggers de woningprijzen nog opdrijven.

Als het aan het stadsbestuur van Amsterdam ligt, moet wie in de ­Nederlandse hoofdstad een huis koopt, verplicht worden om er zelf in te wonen. Het wil die ‘zelfwoonplicht’ invoeren voor vastgoed met een waarde tot en met 512.000 euro.

‘Door de grens op dat bedrag vast te ­leggen, wordt 60 procent van de koophuizen in Amsterdam ­beschermd ­tegen opkoop’, zegt Jakob Wedemeijer, de Amsterdamse wethouder voor Wonen. Hij vindt het ‘onacceptabel dat ­mensen die op zoek zijn naar een woning, worden af­getroefd door beleggers die woningen opkopen om ze ­tegen ­torenhoge prijzen te ­verhuren’.

In de Nederlandse hoofdstad is 30 procent van de woningen in handen van particuliere beleggers. De woningprijzen zijn er de ­voorbije zeven jaar meer dan ­verdubbeld, tot gemiddeld ruim een half miljoen euro. ‘Daarom ­willen we maken dat zo veel mogelijk woningen alleen kunnen worden gekocht door mensen die er ook echt gaan wonen’, zegt Wede­meijer. ‘Woningen dienen om in te wonen en niet om aan te verdienen.’

Tijdelijke verplichting

De verplichting zou gelden tot vier jaar na aankoop, daarna mag de woning worden ­verhuurd. Op de regeling zijn enkele uitzonderingen. Zo mag een huis wel worden verhuurd aan directe familieleden (ouders, kinderen, broers, zussen) of tijdelijk worden verhuurd, ­bijvoorbeeld tijdens een verblijf in het buitenland. Ook woningen die onlosmakelijk deel uitmaken van een bedrijfsruimte, een kantoor of een winkel mogen worden verhuurd.

 

In Amsterdam geldt al een zelfwoonplicht voor nieuwbouw­huizen. Toen die maatregel in juli van dit jaar werd ingevoerd, wilde de gemeente die ook voor bestaande koopwoningen laten gelden, maar dat bleek juridisch niet haalbaar. Dankzij een landelijke wetswijziging in 2022 is een zelfwoonplicht voor bestaande koophuizen straks wel toegestaan. De Amsterdamse gemeenteraad stemt in ­februari over het voorstel en wil de plicht dan ‘zo snel mogelijk’ in laten gaan.

Bron: De standaard 04/11/2021